Permacultuurfestival 6 en 7 juli 2014, Sint Truiden, Belgie

Een heel inspirerend festival, met circa 350 in permacultuur geinteresseerden; erg leuke workshops:

workshops

Met een tiental mensen bezochten we op vrijdag, onderweg ernaartoe, eerst: Sualmana, een wat verwilderd voedselbos; ontwikkeld in 1994/1995. Dit gebeurt er als je een voedselbos niet meer onderhoudt:

Gelukkig zijn er plannen om het bos aan te pakken, zie: https://www.facebook.com/sualmana

Maria HoopDaarna bezochten we de moestuin van het klooster bij Maria Hoop. Helaas heb ik de foto’s gewist. Foto van website klooster


DSCF3080Ik begon de zaterdag met de workshop broodbakken: deze bakker van De Ondergrondse (een communicatie supported bakkerij op de Ghandituin in Rotterdam) maakt 24 uur tevoren al een voordeeg. We zagen hem kneden en daarna het brood in een heel eenvoudige oven, gemaakt van bakstenen, in een kwartiertje bakken.
Meer (eigen) foto’s
Filmpje (14 minuten!), bekijk vooral het kneden en snijden.
Facebookpagina en meer informatie
Nog een praktische tip: als je rozijnen gebruikt: laat ze wellen, uitlekken en 24 uur staan. Verdeel de rozijnen in 3 porties en bij iedere ronde van kneden voeg je een derde deel toe. Voeg ook olijven of zongedroogde tomaten op deze manier toe.


DSCF3139De zalfjes workshop ging niet door, in plaats daarvan was er een extra rondleiding over Samenland door Taco. ‘s Middags volgde ik nogmaals de rondleiding, nu over het andere deel van zijn terrein. 4 ha groot, en hij onderhoudt het helemaal in zijn eentje. Knap! En dan levert hij nog aan 100 mensen groentepakketten.
Meer foto’s


Op zondag volgde ik eerst de eetbare wilde planten workshop van Monique Wijn. Geleerd over de prehistorie. Wij zouden alleen de planten moeten willen die ontstaan zijn in “ons” tijdperk. Niet planten uit het tijdperk vóór ons, het tijdperk van de dinosauriers. Dus geen naaldbomen ed. Voorbeelden weet ik niet meer.
Eet gerust: kliswortel, zeer voedzaam; te gebruiken als meel. Wel goed wassen na het malen.

De planten uit ons tijdperk zijn alle enigszins giftig. Een plant wil eigenlijk alleen maar zichzelf reproduceren. Uit zelfbescherming produceert hij gif. De een meer dan de ander. Ik herinner me dit niet meer precies. Googelen naar “alle planten zijn giftig” levert een mooie en best uitgebreide lijst met giftige planten en de uitspraak van Parcelus: slechts de dosis bepaalt of een stof al dan niet giftig is. En een stukje over die zelfbescherming.

Bij industrieel voedsel verbouwen, zijn vooral de smaken zoet en zuur gebruikt. We moeten zelf bitter weer ontdekken. Beetje bij beetje kan je zo bijvoorbeeld paardebloemblad weer lekker gaan vinden.


Daarna de workshop microklimaat door architect Rutger. Geen foto’s. Goed verhaal over de invloed van de elementen: zon, wind, water en van bouwsels zoals schuttingen, muren daarop.
Open muren laten de wind beter door dan dichte.
Muren en daken veroorzaken schaduw.
Het is best een technisch onderwerp, lees meer op dit linkje dat ik zelf opzocht.

Over water:

  • Water geeft afkoeling. Voorbeeld van een huis in de tropen waar men de ‘s avonds gordijnen nat maakt zodat men in de koelte kan slapen.
  • water geleidt warmte, het heeft een bufferende werking. Neet warmte op en staat het af: in de zomer is het dak van een boot een ideale plek voor een terras: ‘s zomers is het er ‘s avonds lekker warm, de lucht koelt af, het water geeft warmte af; overdag is het daar koel vanwege de verdamping van het water.
  • In je tuin: kijk waar de regen valt; vaak niet vlak langs een muur. (Karla: plaats een druif niet pal langs de muur maar op enige afstand, of geef in het eerste stadium, als hij nog geen wortels maakt, extra water.)
  • Humus houdt water goed vast. Daardoor ook een stabielere grondtemperatuur.

De invloed van het klimaat. Bekijk de klimaatatlas van het KNMI en je ziet op welke plaatsen in NL juist veel of juist weinig neerlag viel; de mate van zon, wind, vocht, temperatuur.

Isolatie: je creeert een hogere temperatuur. Vb.: geef artisjokken in de winter een laagje stro.
Vb: eskimohut: gestapelde ijsblokken met isolatie van berenvellen aan de binnenkant. Het kan er makkelijk 15 graden worden.

De invloed van kleur: wit kaatst het licht terug, zwart absorbeert het.

Plaats witte stenen rond fruitbomen. Er ontstaat ‘s ochtends meer dauw=vocht.

Maak een verdiept pad: warme lucht stijgt op en gaat naar de hoger liggende bedden.

Ga voelen in je tuin, met je hand: waar is het warm, waar is het kouder. Observeer en leer.

Weerspiegeling in water. We kijken meestal in een hek van 10 graden neer beneden. Kijk je naar het water, dan zie je de lucht weerspiegeld. Je ziet hierdoor veel meer zon: goed voor je stemming!


Tenslotte Natuurlijk plaagbeheer door Linder. Heel goed verhaal, waardoor ik permacultuur nog beter begrijp: en vooral begrijp dat het echt tijd nodig heeft voor je een ecosysteem kan realiseren. Door te mulchen houd je de bodem bedekt, wat een belangrijk principe van de permacultuur is. Maar als bij-effect bied je een fantastische schuilplaats voor slakken. Vooral van naaktslakken met hun enorme reproductiesnelheid kan je veel last krijgen. (1 slak 400 eitjes, die leggen ze in porties van 25; 3x per jaar, in hun leven van circa 2 jaar) . In een warme winter overleven hun eitjes, waardoor ze voor velen in  2014 echt een plaag vormden.
Linder raadde verschillende oplossing aan:

  • rapen en knippen, maak er eventueel slakkengier van. Bij voorkeur alleen in het voorjaar.
  • lokken en verdrinken in ingegraven bakje met bodempje bier.
  • NB: als je ze wegbrengt naar een andere plek, doe dat minstens 400 meter ver weg. Maar beter niet: nu zadel je iemand anders met de slakken op. Of je zou ze moeten voeren aan kippen oid. Een slak kan 1,2 km lopen in een nacht!
  • strooi droge zemelen: als ze dat eten, zwelt het op in de maag en sterven ze. NB: strooi nieuwe  zemelen als het regent.
  • gebruik geen slakkenkorrels: egels gaan eraan dood.
  • zorg voor de natuurlijke bestrijders: zorg dat er kikkers komen (een poeltje, zorg dat ze er makkelijk in en uit komen); zorg voor een egelverblijf (maar niet als je buren wel (eco)gif strooien); zorg voor vogels (NB: voer vogels en eenden geen brood! Beter: sla of groente. Brood levert hen te veel energie, ze worden er agressief van)
  • kippen eten vooral de slakke-eitjes
  • houdt slakken op afstand met kopertape: dit moet minimaal 4 cm breed zijn.
  • zorg voor de kleine huisjesslak: zij eten de eitjes van de naaktslak.
  • Bekijk slakken als nuttige dieren: ze ruimen op, bij voorkeur de zwakke planten; ze verbeteren je compost. Wees blij met een enkele slak.
  • Alleen bij een ernstige verstoring zullen slakken niet zieke planten eten.
  • Strooi geen zout: door osmose krijg je verzilting van de bodem, planten raken vocht kwijt.

Plaagbeheer in het algemeen: zorg voor:

  • gezonde planten (goede opkweek: bijna alle tuinders, ook Taco, kopen opgekweekte planten bij Jongerius. Deze levert helaas niet aan particulieren. Tip: kijk of je bij een tuinder in de buurt mag meebestellen. Suggestie: wie wil permacultuur opkweker worden? En dan gelijk graag zonder gebruik te maken van turf als materiaal.
  • een gezonde bodem (geen kunstmest; raak de oude kunstmest kwijt als een vorige eigenaar die overvloedig heeft gebruikt)
  • diversiteit in genen: gebruik eigen zaad maximaal 3 jaar, anders inteelt. Tip: ruil je zaad met iemand anders.
  • tuin – in – balans: mini ecosysteem:
    • zorg voor een groot insectenbestand, o.a. door een hoekje achterin de tuin te laten verwilderen. Of door een takkenwal of takkenhoop te maken. Creeer hiermee tevens een habitat voor egels en muizen en insecten.
    • Maak een vijver. Ook een tijdelijke vijver, een kuil, die alleen vol loopt bij regen, is waardevol. Het water wordt dan langzaam afgegeven aan de omgeving. Dit gebeurt vooral in het voorjaar, je doet er kikkers en padden en plezier mee. Daarna hebben ze genoeg aan een wat vochtiger omgeving. Hoeveel vijvers? Op elk gebied van 250 m2 een vijver. Een emmer of ton ingraven is voldoende.
    • Zorg dat er minimaal een wintergroene struik in je tuin staat.
    • Zorg voor de roofinsecten.
      • Zij (of de larven) leven op composieten en schermbloemigen (madeliefje, margriet, roomse kervel, pastinaak, fluitekruid.
        De larve van zweefvliegjes zitten graag aan de onderkant van smeerwortelbad. Zorg voor verschillende composieten, die bloeien op verschillende tijden.
      • Plant een meidoorn, het is een waardplant voor roofinsecten.
      • Zoek meer waardplanten voor zoveel mogelijk nuttige beestjes.
      • Orienteer je hierover in biologie of ecologie artikelen (google)
    • Maak je tuin niet winterklaar: verwijder uitgebloeide stengels pas in het voorjaar
    • Wees blij met: zweefvliegen, de roofwants, gaasvliegje, zweefvlieg, sluipwesp, spinnen en oorwurmen
    • Wees terughoudend met ingrijpen: streef niet naar een plaagloze tuin.
      • Wb. luis:
        • verwijder niet alle takken die aangetast zijn door luis. Want dan hebben de roofinsecten ineens niets meer te eten en proberen ze mogelijk jou als voedsel.
        • Zorg liever voor aantasting door luis op een plant die je niet zo interesseert, zoals vlier. Deze krijgt de luis als eerste in het jaar. En daarmee trekt hij roofinsecten aan. Die zij er dan vast als jouw planten later i het jaar luis krijgen.
        • Zaai de tuinbonen vroeg in het voorjaar; zorg voor een goede doorluchting. Heb je toch luis: handel niet; dan komen er vanzelf roofinsecten die bij de volgende luisaanval de luizen eten.
        • Spuit de luis er met een tuinslang met gewoon water af.
      • Liever geen gier, beter is een aftreksel. Vb: aftreksel van heermoes tegen valse meeldauw.
        Perenroest: maak aftreksel van absinth alsem, of zet die plant er in de buurt.
        Andere aftreksels: heermoes, citroenkruid, knoflook, aromatische kruiden in het algemeen.
      • Snoei niet, ook de fruitbomen en rode en witte bessenstruiken. Koop als het kan (vraag hiernaar bij de Batterijen) jonge ongesnoeide bomen. Snoeien doet groeien. Ongesnoeide bomen blijven kleiner. Heb je een al gesnoeide boom, bouw het snoeien dan langzaam af. Het scheelt je een hoop werk en levert een mooie, natuurlijke boom op. Wb bramen, frambozen en zwarte bes: oud hout snoeien.
    • Aardappels:
      • kies voor phytophtera resistente rassen, bijv. Bionica
      • kies een goed doorluchte plaats
      • zorg voor een goede bodembedekking, zodat de plant bij opspattende regen geen modder op de bladeren krijgt.
      • let op de plantafstand
    • Knolvoet: probeer geen kool te planten op zandgrond. Of verbeter eerst de bodem, zorg dat die veel organisch materiaal bevat. Kies makkelijker koolplanten zoals eeuwig moes of palmkool. Geef de plant compost, hij heeft nutrienten nodig.
    • Insecten-navigatie. Breng insecten in de war door
      • je gewassen te varieren in geur en kleur. Plaats aromatische kruiden tussen de groentes. Plant verschillende kleuren sla, verschillende soorten boontjes. Plaats munt tussen de bessen. Maar niet tussen de eenjarigen, die maken dan geen kans meer om te groeien.
    • Piekjaren: een piekjaar van een plaaginsect wordt altijd gevolgd door een piekjaar van een roofinsect. Daarna is er weer en daljaar van het plaaginsect. Zo krijg je 3 of 5jarige cyclussen. Lees Fukuoka hierover.

 

Daarnaast nog erg veel leuke mensen ontmoet met geweldige plannen.

Wordt vervolgd in 2015 hoop ik!

8 juli 2014, Karla Mulder

 

Share This